
Op 11 april verscheen er in De Telegraaf een interview met Giselle van Cann, de hoofdredacteur van de NOS. Een dag later verscheen dat interview ook op de website van De Telegraaf (achter een paywall). Hieronder deel twee van een “close read”, waarin gedetailleerd op de inhoud van het interview wordt ingegaan. [deel één is hier te vinden]
“Jullie vinden diversiteit in de NOS-organisatie belangrijk, geldt dat ook voor politieke diversiteit?” – Pepijn van den Brink (De Telegraaf)
“Ja, zeker.” – Giselle van Cann
Als hoofdredacteur van een organisatie die zogenaamd “neutraal” is, zou Van Cann uiteraard geen ander antwoord kunnen geven. Komt haar antwoord overeen met de werkelijkheid? Wat betreft geslacht, seksuele geaardheid en etniciteit vindt de NOS “diversiteit” in ieder geval belangrijk. Dat is goed te merken aan het personeel van de NOS. Tegenwoordig werken er bij de NOS veel vrouwen, relatief veel homoseksuelen en steeds meer mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond. Zijn er echter ook NOS’ers met een politieke signatuur die als “rechts van de VVD” omschreven kan worden? Hoewel ik de NOS al jarenlang nauwgezet volg, ken ik er geen enkele. Sterker nog, ik zou het ook moeilijk vinden om NOS’ers te noemen die wat betreft politieke signatuur waarschijnlijk met de VVD overeenkomen. Het kost mij daarentegen geen enkele moeite NOS’ers te noemen die overduidelijk een linkse signatuur hebben (op basis van hun gekleurde berichtgeving en hun sociale media-gedrag). Als Van Cann “politieke diversiteit” belangrijk vindt, is daarvan bij haar organisatie niets te merken.
“Zou je kunnen zeggen dat pakweg één op de zes NOS’ers bij wijze van spreken op de PVV stemt, zoals in Nederland?” – Pepijn van den Brink
“Ik heb geen idee. Dat vraag ik niet aan mijn mensen. Iedereen heeft een mening, ik ook. Journalistiek is een vak en dat vraagt om professionaliteit. Ons werk als publieke omroep is om iedereen te bereiken, en om dingen te brengen die niet uit je eigen bubbel komen.” – Giselle van Cann
Dit is een opvallend antwoord, dat in twee delen opgesplitst kan worden. “Ik heb geen idee. Dat vraag ik niet aan mijn mensen”, is het eerste deel. Ik wil best geloven dat Van Cann geen gerichte vragen over stemgedrag stelt, al zou het uiteraard zo kunnen zijn dat dit tijdens een gesprek terloops ter sprake komt (bijvoorbeeld tijdens een gesprek in het bedrijfsrestaurant of bij de koffieautomaat). Om een indruk te krijgen van iemands politieke signatuur hoef je echter niet iemands stemgedrag te kennen. Als je regelmatig met iemand spreekt, krijg je vaak al snel een indruk. Althans, als de gesprekken niet tot “koetjes en kalfjes” beperkt blijven. Wil Van Cann ons wijsmaken dat op de werkvloer van de NOS alleen over koetjes en kalfjes gesproken wordt?
“Iedereen heeft een mening, ik ook. Journalistiek is een vak en dat vraagt om professionaliteit. Ons werk als publieke omroep is om iedereen te bereiken, en om dingen te brengen die niet uit je eigen bubbel komen”, luidt het tweede deel van Van Canns antwoord. De zinsnede “en om dingen te brengen die niet uit je eigen bubbel komen” valt op. Geeft de hoofdredacteur van de NOS daarmee impliciet toe dat NPO’ers — en meer specifiek NOS’ers — in een linkse bubbel vertoeven? Veel NOS’ers vertoeven in ieder geval in een linkse bubbel die digitaal van aard is. Nadat Twitter — tegenwoordig X — door Elon Musk werd overgenomen, vertrokken veel NOS’ers naar Bluesky. Dat is een platform dat als een “linkse echokamer” omschreven kan worden (op X is de diversiteit/pluriformiteit groter). Het is bovendien veelzeggend dat de NOS zelf met veel bombarie van X vertrok, maar wel op Bluesky actief is.
Deel drie van de “close read” volgt op (korte) termijn.